Teeltadviezen begin mei

Pit- en steenfruit

Fenologie

De volle bloei van Conference zit 5 dagen achter op het langjarig gemiddelde en 16 dagen achter op vorig jaar. Jonagold zit 9 dagen achter op het langjarig gemiddelde en 17 dagen achter op vorig jaar. De volle bloei van vroegere rassen zoals Kanzi is genoteerd op 28 april.

 

Voor kers loopt de fenologie ca. 12 dagen achter op vorig jaar. De volle bloei van Kordia viel op 23 april en van Regina op 28 april. Voor Folfer en Poisdel is er een zeer langgerekte bloei door het koude weer. Daardoor kan er meer verschil in rijping zijn bij de pluk.

Plagen

  • De druk van perenbladvlo is sterk locatieafhankelijk. Waar na oogst veel druk was, is de situatie nu moeilijk. In standaardpercelen loopt de ontwikkeling in lijn met de voorspellingen van het perenbladvlomodel. Er is eind april een grote predatie door o.a. spinnen (tot 80% van de eieren in voorbloei ontwikkelde niet tot grote larven), dus de natuur doet haar werk. Spaar nuttigen. Op warme dagen is er veel invlieg van roofwantsen en oorwormen bewegen naar de boom. Het is te vroeg voor Movento. Harpun heeft een veiligheidstermijn van 126 dagen voor oogst, waardoor je die nu niet meer kan toepassen.
  • De eerste ontluiking van peerluis startte eind april, de nimfen verspreiden zich langzaam over de boom. Eind mei contoleren we opnieuw onder de beursstructuren. Er komt een 120-dagen regeling voor Gazelle tegen peerluis. Die kan je later als noodrem inzetten. Nu toepassen van fysische middelen is niet zonder risico van fytotox. Als je er toch mee wil werken, pas op met hoge RV (<50%, bij droog gras), dosis (max. 0,1% voor Siltac SF) en watervolume (max 500L water/ha).
  • Je vindt de eerste eieren van schildwants. Insecticiden toepassen, heeft een sterke werking op nuttigen. We raden geen standaardbehandeling aan.
  • De eerste schade van perenscheutwesp is zichtbaar. Noteer en behandel bij hoge druk. Er is een grote parasitering door sluipwespen. Standaard behandelen, is niet nodig. Meer info via: www.pcfruit.be/sites/default/files/tf_perenscheutwesp.pdf.
  • Veel percelen hebben druk van de gewone perenknopkever. Bestrijd na oogst. Waar schade van de kleine perenknopkever (Foto 1) is, neem je poppenkamers waar. Volwassen kevers behandel je later in mei samen met fruitmot.
  • Dat geldt ook voor appelbloesemkever. Hang fruitmotvallen nu uit. Feromoonverwarring uithangen, moet absoluut voor 15 mei (technisch best voor de eerste vlucht).
  • Op moment van schrijven, zitten we voor rode spin op 50% ontluiking. Bij verschijning artikel zitten we mogelijk al over 100% ontluiking en zijn alle stadia gemengd aanwezig.
  • We zitten in de eerste kleine piek van de vlucht van sluipwesp. Pas geen insecticiden toe tot 14 dagen na de bloei om maximaal sluipwespen op te bouwen (tot aanwezigheid mummies bij bloedluis). Wanneer insecticiden de bloedluizen doden, voordat de sluipwespen dat kunnen, keldert de populatie. Als Movento in de toekomst wegvalt, is de opbouw van de sluipwesppopulatie de beste strategie. Overweeg enkel bij grote problemen met kevers of toortswants een bestrijding met insecticiden kort na bloei.
  • Waar spint en/of roestmijt aanwezig is, bestrijd je die met Movento en/of fysische middelen.
  • De zaagwespvluchten startten eind april en lopen nu op hun einde. Controleer op schade en volg de waarschuwingen op.
  • Bestrijding van moerbeischildluis bij kers is nog te vroeg. Wacht op migratie. Suzukii legt haar eitjes pas af bij de eerste roze spikkels op de vruchten.
  • Bestel je kersenvliegvallen en de Decis trap cerasi. Hang
    die uit in de tweede helft van mei bij vroege variëteiten.

 

 

Ziekten

  • Bij langere drogere periodes is er meer aanrijping van ascosporen van schurft. Pas op voor grotere uitstoten bij nieuwe regens. Bij stijgende temperaturen is er een snellere ontwikkeling van infecties. De eerste schurftplekken zijn zichtbaar. Controleer je percelen en hou een sluitend schema aan. Gemiddeld zie je vlekken 2 à 3 weken na infectie.
  • Bij stijgende temperatuur en hogere luchtvochtigheden is er meer risico op witziekte. Het optimum voor die schimmel ligt tussen 20-22°C. De pluimen zijn zichtbaar dus controleer de percelen. Ons advies blijft om die weg te snoeien of te breken en te behandelen met voldoende water. De SDHI’s hebben het sterkste effect op de primaire witziektepluimen. Heb je geen witziektepluimen, behandel verder in het seizoen in blokken met middelen van verschillende families als anti-resistentie strategie. Hou rekening met de residuprofielen van de gebruikte middelen. Wissel af tussen de families van witziektemiddel. Bij nabloei gebruik je Strobi’s (Candit, Flint, Bellis), Talendo of Nimrod. Nissodium en Topas spaar je beter voor later, omwille van hun kortere termijn voor 0-residu.
  • In percelen met Neonectria werk je na bloei opnieuw met Captan. De druk neemt af als je Luna Experience en/of Mavor opneemt in je schema.
  • Enkel in de Doyenné familie is witziekte een probleem. Wees extra voorzichtig als er sierperen in de buurt staan, want die zijn soms sterk aangetast. Zet Mavor in de nabloei in tegen witziekte, schurft en curatief tegen Stemphylium.
  • Bij peer is het tot eind juni de belangrijkste periode om Stemphylium te bestrijden. In die periode zijn de jonge vruchtjes het meest vatbaar. Denk eraan dat latere infecties ook in de zomer voorkomen. Percelen met druk behandel je met Switch, Bellis, Sercadis, Luna Experience of Luna Care. Met Mavor kan je curatief ingrijpen na de regen. Pas na de bloei tweemaal een van die zwaardere middelen toe. Hou dat langer aan bij zware druk. Waar geen problemen zijn, kan je fosfonaten (Delan Pro, Dithio Pro) of Alliette + Captan toepassen.
  • Dit jaar is er veel Pseudomonas. Voer een blokbehandeling met Aliette uit.
  • Als het nat of vochtig wordt, behandel je bij kersen na de bloei tegen  met zwavel. Wissel af met een middel tegen bladvalziekte zoals Delan, dodine of Luna Experience. Als het droog blijft, is dat niet noodzakelijk.

 

Bladvoeding

Voor een optimale blad- en vruchtkwaliteit zijn bladvoedingen quasi onmisbaar. Wissel tot eind mei boor en magnesium af met mangaan en zink. Zet dit jaar ook bij het grootfruit 2 (steenfruit) tot 3 (pitfruit) behandelingen ureum, omdat stikstof door de koude maand maart slecht opgenomen is. Je kan ureum toevoegen aan de magnesium- en boorbehandelingen. Voor Ca-gevoelige variëteiten start je Ca-bladvoeding 10 dagen na afbloei. Verkies nitraat-houdende bladvoedingen.

 

Vorst

Eind april zakte de temperatuur tot -3,6°C op het laagstgelegen meetpunt. Algemeen lag het rond -2°C. Ook was er een hoge luchtvochtigheid. Uit waarnemingen blijkt er weinig tot geen bijkomende schade.

 

Onkruiden

Behandelde je niet voor bloei, doe erna aan onkruidbestrijding. Dat kan met glyfosaat tenzij je de bomen minder dan een jaar geleden plantte. Bestrijd eventueel met bodemherbicide. Meng met hormonen als er netels, distels of kleefkruid aanwezig zijn. Als er weinig onkruid staat, wacht dan tot juni. Idem voor bodemherbicide.

 

Dunning

Volg je perenpercelen goed op en controleer naar kwaliteit van bloembot, rozetblad en doordikking van de vruchtjes. Volg de waarschuwingen voor advies rond 6-BA of Brevis. 6-BA optimaal toepassen tussen 10-12mm, bij Brevis kan je tot 14-16mm behandelen. Kijk naar de historie van de aanplant en de sterkte van de natuurlijke rui in keuze van dunningsstrategie.

Bij langgerekte bloei bij appel, oppassen met een te vroege Amid-Thin toepassing. Die wordt normaal op 7 à 10 dagen na volle bloei gepositioneerd, maar controleer dat het eenjarig hout voorbij volle bloei zit om geen zetting te veroorzaken.

Bij diploïde appelrassen waar dunning nodig is, kies je bij goed weer voor 6-BA op 10-12 mm al dan niet in combinatie met Fixor. Bij minder dan 18°C kies je voor Brevis. Controleer de vorstschade voordat je een behandeling uitvoert. Op Kizuri is er met Brevis een grote kans op overdunning en raden we de toepassing voorlopig af. Pas bij Kanzi en Golden op met Brevis te gebruiken bij onstabiel of donker weer in de volgende 5 dagen na de behandeling. Er is een groot risico om te veel te dunnen.

 

Zetting

Bij triploïde rassen appel met veel groei pas je Regalis Plus of Kudos op 2 weken na volle bloei toe om rui te voorkomen. Pas de dosis (0,5 kg/ha – 1 kg/ha) aan, afhankelijk van de groeikracht van het perceel. Gebruik een hogere dosis bij sterke groei. Herhaal de behandeling bij sterk groeiende bomen 3 weken na de bloei.

Bij Doyenné, op percelen met weinig bloembot én sterke groei, kan je 2 weken na volle bloei 0,5 kg Regalis Plus of Kudos toepassen voor minder rui.

Houtig kleinfruit

Fenologie

We lopen voor blauwe bes ongeveer 19 dagen achter op vorig jaar qua fenologie. Bij rode bes lopen we 5 dagen achter op vorig jaar. De vorst van eind april veroorzaakte geen zichtbare schade gezien de vruchten nog niet afgespeend waren en dus nog niet gevoelig aan de koude.

Plagen

Omdat de ontwikkeling van plagen in kleinfruit erg afhankelijk van het type bescherming en de inzetdatum is, zijn de hieronder vernoemde plagen vooral afgestemd op vollegrondsteelten zonder overkapping of bescherming.

  • Kijk uit naar wantsenschade op de scheuttoppen door groene appelwants (rode bes).
  • Bij aardbei controleer je vanaf nu op de aanwezigheid van de behaarde wants. Voor schade is het nog vrij vroeg. Aardbeibloesemkever is actief sinds eind april en prikt in bloemstelen bij aardbei, braam en framboos. De vlucht van frambozenkever wordt verwacht. Die plagen zijn niet overal aanwezig. Hou de verschijning van schade in de gaten voordat je behandelt, want de behandeling doodt natuurlijke vijanden af.
  • Hang de vallen van de bessenglasvlinder ook in vollegrondpercelen rode bes uit. Stel dat niet meer uit.
  • Zie je nu schade van de bessenbladwesp, volg dan verder op (mogelijke tweede generatie).
  • Controleer het kleinfruit regelmatig op spint en bladluizen.
  • Controleer de bloemen van aardbeien, frambozen en braam nu ook regelmatig op trips. Hou onder bescherming de teelt ook onkruidvrij.
  • De ontwikkeling van de spintpopulatie komt bij stijgende temperaturen in een stroomversnelling. Gebruik een loep bij de controles, want onderaan het blad kunnen soms tientallen eieren liggen, die je met het blote oog niet opmerkt (Foto 1). Alleen bij de aanwezigheid van roofmijten kan je op beide oren slapen. Kleine witgele stipjes aan de bovenkant van het blad zijn de eerste signalen van spintaanwezigheid en dat bij alle teelten.
  • Zie je dopluizen, wacht dan tot de volgende migratie als de larven onder de dopjes uitkomen. Volg de waarschuwingen op. Nu behandelen heeft geen zin.
  • Voor moerbeischildluis is het wachten op migratie voor een volgende behandeling.
Foto 1 – Spintmijt met eitjes (bron PCS)

 

Ziekten

  • Tijdens de bloei zijn regelmatige vruchtrotbehandelingen belangrijk. Meestal is de belangrijkste schimmel Botrytis, maar in aardbeipercelen met een historiek van anthracnose pas je de middelenkeuze aan.
  • Witziekte heeft minder vocht nodig om te infecteren. De witziektedruk is bij het schrijven van dit artikel vrij laag omwille van de lage temperaturen, maar neemt sterk toe zodra het weer warmer wordt.
  • Bij rode bes wordt er na de bloei best behandeld tegen bladvalziekte met Signum of Switch in openlucht bij natte omstandigheden.

 

Onkruiden

Waar onkruidbestrijding nodig is, kan er nu nog gekozen worden voor het middel Gozai om wortelopslag en onkruiden tegelijk te behandelen. Indien nodig vul je aan met een grassenmiddel.

Deel dit bericht

 

Meest recente artikels