Teeltadviezen midden maart

Pit- en steenfruit

Onderstaande teeltadviezen komen voort uit het overleg van de werkgroep op 4 maart. We proberen in functie van de weersverwachting de situatie voor de komende week (rond 13 maart) in te schatten, zodat je je kan voorbereiden.

1.Fenologie

 

We liggen 18 dagen voor op het gemiddelde van de laatste 30 jaar. De fenologie van peer zit in het stadium muizenoor en gaat op sommige plaatsen naar groene knop. Op basis van het voorspelde weer, verwachten we tegen 13 maart tussen groene en witte knop te zitten. Bij appel zitten we op schuivende of openbrekende knop. Tegen 13 maart zitten we allicht in muizenoor. Dat varieert per variëteit. Dit is het vroegste startjaar sinds het begin van de waarnemingen. We zitten met zekerheid in een vroeg jaar. Voor kers is er schuivende knop bij de vroege rassen en lijken de verschillen met andere jaren kleiner.

 

2.Plagen

 

  • De eileg van de perenbladvlo is grotendeels voorbij. Nuttigen zijn actief, waardoor er predatie is en larven moeilijk zichtbaar zijn. Ze kunnen zich sterk verbergen in de clusters, in tegenstelling tot eieren die zichtbaarder gelegd worden. De laatste momenten van olie zijn aangebroken. Zolang er niet te veel eieren zijn terwijl er veel volwassen bladvlooien aanwezig zijn, kan je nog kaolien inzetten. Dat heeft daarentegen nauwelijks effect op larven.
  • We zien opnieuw een sterkere opmars van schildluizen. Een oliebehandeling helpt om de druk, op de kommaschildluis na, te verlagen. Zie je veel tweestippellige lieveheersbeestjes? Dat kan een aanwijzing zijn naar rode schildluis.
  • Voor perenpokmijt is het vrij laat. Als je nog niet behandelde, is het hoog tijd en kan de behandeling al minder effect hebben.
  • Controleer op perenknopkever. De grote perenknopkever zit als larve in de knoppen en kan je waarnemen, doordat er bloemknoppen achterblijven. De kleine perenknopkever legt eieren in bloem- en bladknoppen (Foto 1).
  • We vonden de eerste eieren van de appelbloesemkevers op 28/2. Zij leggen nog een tijdje eieren. Als je nog niet behandelde, zet Raptol in. Zit je boven de schadedrempel van 5 kevers per 100 kloppingen en mooi weer, verminder de dosering van Raptol zeker niet.
  • De roodpootschildwants wordt door Raptol meegenomen, omdat ze als enige nimf aanwezig is.
  • Diverse spintmijten zoals meidoornspintmijt, harlekijnmijt en fruitspint staan op ontluiken of worden actief.
  • Roestmijten komen onder de knopschubben uit. Controleer percelen waar vorig jaar schade was.
  • De eerste bladluizen zijn actief, maar groene bladluizen kunnen als voer dienen voor natuurlijke vijanden. Wacht even af met de behandeling om de iets latere roze luis voldoende mee te nemen. Ook de wollige bloedluis is actief. Behandel bij sterke aanwezigheid met Pirimor tijdens een mooie, windstille dag.
  • Controleer uw vruchtclusters, want vroege rupsen zoals bladrollers en wintervlinder zijn actief. De aantasting is vaak perceel afhankelijk en wordt beïnvloed door planten in de omgeving.
  • Hang witte kruisvallen van zaagwesp in pruim en peer op. Ook biotelers die perengalmug met wegvangen bestrijden, dienen nu vallen uit te hangen.
  • Perengalmuggen veroorzaken dikkoppen.

 

Spinnen en fluweelmijten zijn sterk actief. Spaar hen en gebruik geen pyrethroiden of Tracer, want de natte bodem gaf vermoedelijk meer afdoding van oorwormen.

 

 

 

3.Schimmelziekten

  • Februari is zeer zacht geweest met een snelle afrijping (19 februari) van de ascosporen. De eerste uitstoot was op 23/2. We verwachten een grote totale uitstoot door de hoge schurftaantasting vorig jaar. Op veel plaatsen is het blad niet versnipperd door de overvloedige regenval. Dat leidt tot bijkomende druk. Neem geen enkel risico bij de schurftbestrijding tijdens de primaire infectieperiode dit seizoen! Je moest al tweemaal koper in peer spuiten. Dodine is half maart aan de orde. Hou een van de twee Dodine behandelingen om in de buurt van de olie te behandelen, omwille van gewasveiligheid. Dodine is curatief, in tegenstelling tot Delan of Captan, dus zet het bij voorkeur in bij waarschuwing. In periodes zonder infectie, kies je voor Delan (Pro) of Captan (+Soriale). De fosfonaten worden opgenomen, wanneer groene delen aanwezig zijn.

 

  • Controleer bij peer op takschurft en neem aangetaste takken weg. De taklesies (Foto 2) produceren momenteel al veel conidiosporen, die infecteren zonder regen. Als takschurft voorkomt, zorg je voor een wekelijkse bedekking tot einde ascosporenvlucht (ook al gaat het over conidiosporen).

 

 

  • Snij overwinterende kankers van bacterievuur en Neonectria weg. Het middelenpakket voor Neonectria is sterk afgeslankt, waardoor je meer aandachtig moet zijn om vliegende kankers in mei-juni te vermijden. In percelen met kanker zet je best vroeg in het seizoen Captan in om de snoeiwondes, en wondes ontstaan door het afvallen van knopschubben, te bedekken. Haal aangetaste eindbotten met witziekte weg. Die manuele arbeid vermijdt achteraf veel kopzorgen.

 

4.Bemesting

In appel kan je nog ammoniumnitraat zetten. Dat is te laat voor peren, waar je nu best kalknitraat strooit. Door de regen is het stikstof- en kaliumgehalte mogelijk te laag in de bodem. Bij bodemanalyses met kaligehaltes minder dan 25 in peer en minder dan 12 in appel, raden we aan om voor de bloei nog kalibemesting te voorzien aan 100 (appel) -150 kg (peer) per ha.

 

5.Bijen en hommels

De natuurlijke wilde bijen zijn actief. Werk je met metselbijen? Haal ze 2 à 3 weken voor de bloei uit de frigo. Wil je met bijen- of hommelkasten werken? Contacteer je imker. Bekijk vraag en aanbod via www.bestuivers.be.

 

6.Bewaring

Hou de kwaliteit van peren in bewaring in de gaten. Er zijn meldingen van Neofabreae (Gloeosporium). Hou ook Stemphilium in de gaten. Bij appel komt stip en lenticelrot vaker voor dan normaal.

 

7.Vorstbescherming

Ben je klaar voor de nachtvorstbestrijding? Controleer je apparatuur en zorg voor voldoende stock als je met vuurpotten werkt.

Houtig kleinfruit

De adviezen zijn besproken op 4 maart en kunnen daarom voor- of achterlopen o.w.v. grote verschillen in inzeten plantdata, types bescherming, etc. Hieronder lees je de belangrijkste actuele aandachtspunten voor aardbeien en houtig kleinfruit.

De geactualiseerde middelenlijsten zijn beschikbaar en te verkrijgen via je producentenorganisatie of pcfruit. De meest actuele erkenningen per kleinfruitsoort vind je ook steeds via de EVA®-app, op fytoweb of via de waarschuwingen.

 

1.Fenologie

Bij blauwe bes (ras Duke) is de fenologie 18 dagen voor op vorig jaar. Bij rode bessen (ras Haronia) was is dat 12 dagen. Bij sommige aardbeirassen verschijnen er gedrongen winterbloemen die je best manueel wegneemt als dat kan.

2.Schimmelziekten

  • De koprotbehandelingen bij aardbei moeten gebeurd zijn. Goed luchten op de warmere momenten is vanaf nu de enige optie.
  • De eerste behandelingen tegen witziekte in tunnelteelten doe je vanaf de start van hergroei en met temperaturen boven 15°C stijgen.
  • In vollegrond (bij hergroei) en stellingteelten kan je nu nog behandelen tegen Phytophtora met Paraat.
  • Hou bramen- en frambozenplanten die uit koeling komen extra in de gaten, want die zijn in het najaar natter ingezet. We zien regelmatig Botrytis-aantasting op overwinterde scheuten. Dat wordt goed zichtbaar op 2 – 3 weken na de start van de teelt. Behandel tijdig met een Botrytis-middel,
    zoals Scala, Switch of Teldor. Voor stengelziekten kies je voor Delan. Uit het buitenland blijkt dat Switch daar ook tegen werkt.

3.Plagen

  • In serres is er activiteit van spint, bladluizen en de eerste wittevliegen.
  • O.w.v. het warmere najaar verwachten we veel druk van bladluizen die in het najaar invlogen. Voor tunnel pas je Movento toe tegen bladluizen, want dat heeft een breder spectrum dan Pirimor.
  • Op houtige gewassen kan je bij later opstartende teelten, direct na het ontluiken van de bladeren, Raptol of minerale olie (Vernotex of Promanal HP) als olie tegen spint zetten. De echte acariciden hou je voor later in het seizoen. Olie heeft ook een effect op eieren van bladluizen en op bramengalmijt.
  • Als je vaak schade hebt van bramengalmijt, opteer je voor een dubbele toepassing van Kumulus (zwavel) bij het ontluiken van de knoppen (maar let op plastiekaantasting). Raptol en in mindere mate olie hebben ook een effect op de gewone bruine dopluis, waarvan de larven nu nog even mobiel en dus
    gevoelig zijn voor ze zich definitief vastzetten.
  • Controleer vanaf nu ook regelmatig voor rupsen van diverse vlinders of motten (wintervlinder, agaatvlinder…). Zet tijdig een middel op basis van Bacillus thuringiensis, maar kies een warm spuitmoment gevolgd door nog enkele mooie dagen. Als je in de tunnel Californicus-roofmijten wil uitzetten, doe je dat nu. Voor Phytoseilus wacht je best op hogere temperaturen en aanwezigheid van spint.
  • Controleer ook goed op de aanwezigheid van woelratten en -muizen, die op veel plaatsen toenemen. Die eerste eet geen graantjes, dus pas je bestrijding aan. Als er ook mollen op je perceel actief zijn, gebruiken de woelmuizen en -ratten de mollengangen om zich te verplaatsen.

 

 

 

4.Bemesting

Strooi tijdig je stikstofbemesting in je vollegrondsteelt rode bes, zodat die voor de bloei zijn opgenomen. Er wordt nog te vaak standaard (elk jaar hetzelfde)
bemest. Hou rekening met je bodemanalyses en contacteer eventueel onze voorlichting voor aangepast advies. Meststoffen, zeker samengestelde, zijn duur geworden, maar bovendien kan er zich bv. potas ophopen in de bodem, waardoor calcium of magnesium minder worden opgenomen, ondanks dat de hoeveelheden van die nutriënten in de bodem op zich in orde zijn.

Deel dit bericht

 

Meest recente artikels