Teeltadviezen begin juni

Pit- en steenfruit

We komen in een andere fase van het seizoen nu de vruchtrui bezig is. Hieronder lees je de teeltadviezen van de vergadering van de werkgroep van 26 mei.

Plagen

  • Op de meeste plaatsen is de tweede Movento tegen perenbladvlo aan de orde, afhankelijk van de druk in de percelen. We zien een grote aanwezigheid van oorwormen en verwachten vanaf deze week ook roofwantsnimfen (Foto 1 + 2). Er is zoals vaak een groot verschil in aantallen nuttigen tussen percelen. De aantrekkelijkheid van scheuten voor perenbladvlo vermindert nu de groei van de peer afsluit (eieren worden dan wel weer meer verspreid in de boom gelegd). Wanneer er terug kleine perenbladvlonimfen verschijnen, schakel je na een tweede Movento-behandeling over naar middelen zoals Atilla, Stix of Siltac SF. Wacht niet tot er grote honingdauwdruppels zijn. Is er sprake van honingdauw, gebruik dan opdrogende middelen als Atilla, bitterzout of potasnitraat … Zorg voor opdroging voordat er regen komt om te vermijden dat de honingdauw uitspreidt over blad en vrucht.
  • Voor peerluis (Phylloxera) is de migratie naar de vruchten nog niet gestart. Volg de waarschuwingen op voor een goede timing en/of er nood is om met Gazelle in te grijpen. Stix en Siltac zijn het meest aangewezen en toe te passen aan blokbehandelingen met één week tussen. Waar je na oogst met zwavel werkte en fluweelmijten aanwezig zijn, is de druk opmerkelijk lager.
  • Waar weinig peren hangen, maar vooral verkaalde takken zichtbaar zijn, klop je nu naar de aanwezigheid van kleine perenknopkever. Ook appelbloesemkevers zijn nu nog te vinden. Er zijn geen middelen erkend, maar positioneer de fruitmottoepassingen om die plagen maximaal te onderdrukken.
  • De gewone perenknopkever is nu grotendeels in zomerrust. Behandel hen na oogst, wanneer ze uit zomerrust komen.
  • Behandelingen tegen bladluizen werkten tot nu toe minder (snel) door het koude weer. Controleer je percelen, bij hoge druk van citrusluis of grasluis (>30% scheuten aangetast) corrigeer je nog met Movento of Teppeki. Bij lage druk en voldoende aanwezigheid van nuttigen moet je niet ingrijpen.
  • De migratie van kommaschildluis startte midden mei al. De migratie van roze oestervormige schildluis verwachten we eind mei, begin juni. Op migratie zet je Movento (beperkt effect) of Siltac SF, Stix. Gebruik voldoende water, zodat je ook de verborgen hoekjes bereikt. De schildluis leeft vooral op het oudere hout.
  • Voor wollige bloedluis is de parasitering door sluipwespen volop aan de gang. Controleer op de zwarte mummies en ga voor de volgende vluchten van de sluipwesp zo veel mogelijk selectief te werk. Ook oorwormen zijn belangrijk in de bestrijding van bloedluis. Vind je geen van beide, is een correctie met Pirimor noodzakelijk. Heb je percelen met veel parasitering van bloedluis? Dan kan je scheuten met mummies uitleggen in percelen met minder sluipwespen om ook daar de populatie nuttigen op te bouwen.
  • Vanaf nu verschuift de aandacht naar spintmijten, roestmijten en fruitmot. Controleer regelmatig de bladeren voor de mijten en de vallen/vruchtschade voor fruitmot. Komen op pas geplante bomen veel roestmijten voor, kies dan voor Movento. De eerste vangsten van fruitmot zijn dit jaar drie weken later waargenomen t.o.v. vorig jaar, hou daar rekening mee bij behandelingen.
  • We zien een sterkere toename van de vruchtschilvreter. Je kan middelen tegen fruitmot ook inzetten, met uitzondering van de viruspreparaten.
  • Controleer vanaf nu regelmatig je rijpende kersen en behandel tijdig tegen Drosophila suzukii en kersenvlieg. Bouw je schema op i.f.v. het voorziene pluktijdstip.
  • We verwachten de migratie van moerbeischildluis in de eerste week van juni. Pas een bestrijding toe met Movento of fysische middelen (Siltac SF, Stix), maar let wel op voor Fytotox! Pas ze dus eerst toe op een klein aantal bomen. Er is nog onvoldoende kennis van die middelen op alle variëteiten.
Foto 1. – 4 roofwantseieren langs de nerf gelegd
Foto 2. – roofwantslarve

 

Ziekten

  • In onbehandelde percelen waren de eerste schurftvlekken op de rozetbladeren en oudste scheutbladeren al even zichtbaar. Ondertussen kan je er ook zien op de onderste 7 tot 8 scheutbladeren van een gemengde cluster. Ook bij peer vind je meer aantastingen terug op de vruchtjes en soms op blad. Controleer je percelen goed en hou bij aanwezigheid een sluitend schema aan. Hou voor de bestrijding van schurft ook rekening met de 0-residu wachttermijnen voor de verschillende middelen. Om residu van dithianon (Delan) te vermijden, reken je een wachttijd van 100 dagen. Voor wie dithianon inzet, nadert het moment van het laatste gebruik.
  • Het risico op witziekte was de afgelopen periode erg hoog. Behandel steeds met voldoende water en wissel de fungiciden af in blokken van verschillende families als antiresistentie strategie. Waar je in de nabloei strobi’s (Candit, Flint, Bellis) kon gebruiken, kan je nu Talendo of Nimrod inzetten. Nissodium en Topaz zijn de middelen met de kortste 0-residu termijn. Positioneer die middelen eerder als laatste in het witziekte-bestrijdingsschema, rekening houdend met de groei.
  • In percelen met Neonectria kan je na de bloei opnieuw met Captan werken. Ook Luna Experience en/of Mavor zal de druk doen afnemen. Neem regelmatig de tijd om zichtbare vliegende kankers in percelen met een hoge druk te verwijderen. Door het beperkte aanbod aan middelen is het uitermate belangrijk om de sporendruk zo laag mogelijk te houden.
  • De periode om Stemphylium te bestrijden, houdt nog steeds aan. Jonge vruchtjes zijn het meest vatbaar voor aantasting. Hoge UV-indexen kunnen de vruchtjes gevoeliger voor aantasting maken. Percelen met hoge druk in het verleden behandel je met Switch, Bellis, Sercadis, Luna Experience of Luna Care. Met Mavor kan je curatief ingrijpen na de regen. Volg het infectierisico op. Waar geen problemen waren, kan je fosfonaten (Delan Pro, Dithio Pro) of Alliette + Captan toepassen.
  • De vroege kersen beginnen nu te verkleuren. Als het weer natter wordt, moet je vruchtrotbestrijding opstarten. Captan (14d), Luna Experience (7d), Switch/Serenva (7d), Geoxe/ Safir (7d) en Signum/Terminett (7d) en Prolectus (1d) hebben een brede werking (zowel Monilinia als Botrytis). Middelen op basis van tebuconazool (Tebusip (7d) e.a.) hebben vooral een goede werking op Monilinia. Indien je Teldor (3d) spuit, doe je dat met minder water, omdat je te veel zichtbaar residu moet vermijden. Voor een residuvrije teelt kunnen biologische middelen op basis van Bacillus (Serenade ASO, Amylo-X …) of kaliumbicarbonaat ingezet worden.

 

Bladvoeding

  • We zien in de evolutiestalen dat ijzer en mangaan aan de lage kant zitten. Voor beide is correctie met een bladvoeding mogelijk en nodig. Ijzergebrek kan mangaangebrek maskeren, laat daarom een bladanalyse uitvoeren bij pcfruit. Pas nog tot eind juni mangaan toe aan een dosis van 500 ml/ha voor die te verlagen tot 250 ml. Diegenen die fertigeren, kunnen het ijzerchelaat best laten meedruppelen. Bodembehandelingen met ijzerchelaat zijn op een droge bodem niet efficiënt. De stikstof hoeveelheid in de evolutiestalen zit momenteel goed.
  • Bij appel moet je starten met calciumbehandelingen, die kan je combineren met mangaanbehandelingen. Wie nog meststoffen wil strooien, raden we aan om te wachten met bodemtoedieningen van kalknitraat tot de groei van de scheuten afgesloten is.

 

Herbiciden

Wie tijdens de nabloei geen onkruidbehandeling uitvoerde, kan nu aan de slag met glyfosaat, al dan niet in combinatie met groeistoffen en/of bodemherbiciden.

 

Bacterievuur

Wees alert voor bacterievuur in je aanplant en in de omgeving, zeker in geval van nabloei bij laat geplante bomen. Infecties buiten het perceel meld je in Limburg en Vlaams-Brabant bij het provincie meldpunt. Bij infecties in je perceel, is het belangrijk die te verwijderen tot minstens 50 cm in het gezonde hout. Geïnfecteerde takken mag je opstoken, maar meld dat eerst bij de gemeente en brandweer. In sommige gemeenten is
een bewijs van infectie nodig. Dat bewijs kan pcfruit afleveren.

 

Zetting

  • De junirui is gestart bij peer. Bij Conference is de zetting zeer variabel tussen percelen, afhankelijk van vorstschade, bloembotkwaliteit, schade perenknopkever… Het donkere en koude weer ligt ook mee aan de oorzaak. Waar de bomen slechter groeien en/of een lichtere bladstand hebben, zien we een sterkere rui.
  • Ook bij appel is de zetting in praktijk nogal variabel. Op het meerjarig hout zijn de topbloemen vaak niet gezet door vorstschade.
  • Bij kers is de zetting goed bij vroege en late variëteiten. Voor Kordia is de zetting op veel plaatsen minder dit jaar.

Houtig kleinfruit

Onderstaande adviezen zijn besproken op 26 mei. Op de meeste plaatsen komt de frambozen- en bramenproductie nu pas op gang.

Na een langzame start komt het kleinfruitseizoen in vollegrond op gang. Door de regelmatige pluk is elke tussenkomst met gewasbescherming een potentieel residu. Zowel in ons onderzoek als in de acties van veilingen blijkt dat we succesvol stappen zetten in de vermindering van residu’s. De pluk van aardbeien in vollegrond, rode bes en zomerframboos onder regenkap is begonnen. Ons kleinfruit moet in ‘the top of the mind’ van elke consument zitten. Aan ons om een kwalitatief en gezond product aan te bieden.

 

Ziekten

  • Afhankelijk van aanwezige overkapping en luchtvochtigheid, Botrytis-behandelingen aanhouden of onderbreken bij rijpe vruchten of bloei. Rode bes voor directe consumptie is minder gevoelig en vergt na bloei geen specifieke behandelingen, tenzij bij voortdurend vochtig weer. Behandel wel rode bes voor lange bewaring.
  • Witziekte: de druk is hoog. Waar de groei afgesloten is, laat je witziektebestrijding weg. Zolang er jong blad is of bijkomt, blijf je behandelen. Let op voor Colletotrichum of anthracnose bij aardbeien. Hoge temperaturen gecombineerd met (zware) neerslag zijn de ideale omstandigheden voor infectie. Symptomen uiten zich in bruine tot zware ronde, licht ingezonken vlekken op de vruchten die van een paar millimeter naar enkele centimeters evolueren. Fungiciden zoals Switch en Signum controleren die ziekte.

 

Plagen

  • We verwachten meer druk van het Aziatisch fruitvliegje, Drosophila suzukii. De eerste wijfjes met rijpe eitjes zijn rond 25 mei gevangen. Als de eerste lekkende vruchten er zijn, kan Tracer de plaag afdoden, maar grote larven bereik je niet meer. Zolang de temperatuur onder de 30°C ligt, de relatieve vochtigheid hoger is dan 50% en er rijpe vruchten zijn, moet je opletten. Gewoonlijk volgen de zware infecties pas eind juni tot half juli, naar het einde van het kersenseizoen. Laat je niet verrassen!
  • Er wordt nu ook trips waargenomen, dus controleer regelmatig de bloemen. Framboos en aardbei zijn gevoelig (schadedrempel 3 per bloem). Bij braam kan je hogere aantallen aanvaarden.
  • In tunnel en regenkap is migratie van dopluis of moerbeischildluis allicht begonnen. Voor openluchtteelt is de migratie pas eind juni te verwachten.
  • Bonenspint neemt bij temperaturen van 25°C sterk toe. Als je geen roofmijten uitzette en afhankelijk bent van acariciden, zet dan in op herhaalde behandelingen met een interval in functie van de temperatuur: 8 dagen bij 25°C-27°C, 10 dagen bij 20-25°C en 14 dagen bij temperaturen onder 18°C.
  • De eerste nimfen van behaarde wants of groene appelwants zijn nu aanwezig. Controleer de bladeren voor prikschade.
  • Vervang in beschermde teelten de feromoondoppen voor bessenglasvlinder.
  • Op braam komt de laatste jaren begoniamijt (Foto 1) voor, vooral bij een aantal nieuwere rassen.
  • De Aziatische stinkwants wordt recent op meer plaatsen waargenomen.

 

Foto 1 – Schade van begoniamijt op braam

Deel dit bericht

 

Meest recente artikels