Teeltadviezen midden juni

Pit- en steenfruit

We komen in een andere fase van het seizoen nu de nabloeiperiode en voor peer zelfs de rui achter de rug is. Hier volgen de teeltadviezen van de vergadering van de werkgroep van 13 juni. Fenologisch zitten we nog steeds een 10-tal dagen voor op het langjarig gemiddelde. Hoewel de rui in het algemeen goed is geweest, zien we dat er op sommige percelen kleine vruchten blijven hangen. Handmatige dunning is op die percelen noodzakelijk.

Bacterievuur

Wees alert voor bacterievuur in je aanplant en in de omgeving. De infectievoorwaarden tijdens de bloei van de meidoorn waren gunstig. Infecties buiten het perceel kan je in Limburg, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen melden aan het meldpunt via www.limburg.be/bacterievuur, www.vlaamsbrabant.be/bacterievuur of www.west-vlaanderen.be/natuur-milieu-en-water/bacterievuur.

 

Bij infecties in je perceel, is het belangrijk die te verwijderen tot minstens 50 cm in het gezonde hout. Je mag geïnfecteerde takken opstoken, mits voorafgaandelijke melding bij de gemeente en brandweer. In sommige gemeenten is een bewijs van infectie nodig. pcfruit kan je dat bewijs afleveren. Let ook op in laat geplante percelen (appel en peer) met bloeminfectie. Bij druk van bacterievuur in de omgeving verwijder je ook bloemen en nabloei.

 

Plagen

 

  • Perenbladvlo, we zien een grote aanwezigheid van oorwormen en roofwantsen, maar er is zoals vaak een groot verschil tussen percelen. Probeer perenbladvlo zolang mogelijk onder controle te houden met fysische bestrijdingsmiddelen zoals Atilla, Stix of Siltac.
  • We merken in appel nog steeds dat er bloedluis en vooral appeltakluis en citrusluis aanwezig is. Indien er voldoende nuttigen aanwezig zijn (sluipwesp, oorworm, lieveheersbeestjes) is de kans zeer groot dat dit niet gaat uitbreiden. Bij afwezigheid van nuttigen is een correctie met Pirimor
    noodzakelijk. Pirimor heeft geen werking op citrusluis. Bij het schrijven van de adviezen is de migratie van peerluis (Phylloxera) bezig. Stix en Siltac zijn tijdens de migratie het meest aangewezen en toe te passen aan twee behandelingen met één week tussen. Bij zware aantasting gebruik je Gazelle, maar dat middel is niet veilig voor roofwantsen en zo riskeer je meer schade door perenbladvlo.
  • De vluchten van de fruitmot waren tot half juni vrij rustig. Op sommige plaatsen vangen we meer kleine fruitmot. De schadedrempel voor die kleine fruitmot ligt merkelijk hoger (x10) ten opzichte van de gewone fruitmot. De laatste jaren is er een toename van de vluchten van de kleine fruitmot,
    ze wordt wel mee bestreden door de meeste fruitmotmiddelen. Feromoonvallen geven een indicatie van de aanwezigheid in jouw aanplanting. Het schadebeeld van kleine fruitmot is anders dan die van gewone fruitmot (Foto 1).
Foto 1 – Schade kleine fruitmot (links) vs. schade fruitmot (rechts).
  • Indien spint aanwezig is, bestrijd je met fysische middelen zoals Siltac of Stix. Die hebben geen werking op roestmijt.
  • De druk voor zowel kersenvlieg als voor suzukii is hoog. Als gevolg van de hogere temperaturen rond 20 juni kan de druk van suzukii afnemen. Kersenvlieg is minder gevoelig voor hogere temperaturen.

 

Bladvoeding

 

  • De diktemaat van Conference evolueert gunstig. We zijn een 5-tal mm voor op vorig jaar.
  • De dunningsmiddelen 6-BA en Brevis hebben in het algemeen goed gewerkt, zowel bij peer als appel. We verwachten dat er niet veel manueel handwerk moet gebeuren. Op sommige percelen is er weinig rui geweest en daar is meer manueel handwerk nodig.
  • Beperk bij triploide appelrassen manueel dunwerk tot het minimum (kromme, heel kleine) en laat een maximum aan appels hangen. We zien daar reeds dikkere vruchten, omdat er minder vruchten in de cluster hangen. Overweeg een lichte wortelsnoei en dat éénzijdig op 40 cm. Bij de diploide rassen is er dunning nodig bij de rassen Braeburn, Kanzi en Gala.
  • Bij appel start je nu met calciumbehandelingen, die kan je combineren met mangaanbehandelingen. Liever meerdere keren met een lagere dosis Ca en opletten met de warmte indien je gebruik maakt van calciumchloride. Bij rassen die gevoelig zijn voor magnesiumgebrek (Golden, Gala, Braeburn,…) is een behandeling met magnesium onder de vorm van bitterzout of magnesiumnitraat aangewezen. Magnesiumbehandelingen afwisselen met de calciumbehandelingen en dat vooral na regenbuien.
  • In peer, tot begin juli, de voorkeur geven aan kalihoudende bladvoeding gecombineerd met mangaanbladvoeding. Pas vanaf juli tot aan de oogst afwisselend een calciumbladvoeding of een samengestelde bladvoeding toe in combinatie met een mangaanbladvoeding.
  • Vanaf begin juli, als de groei volledig afgesloten is, kan de watergift in peer opnieuw opgevoerd worden. Als je watermarksensoren gebruikt, hanteer dan -30 à -40 kPa als trigger om water te geven.
  • De hoge temperaturen rond 20 juni, leiden nog niet tot verbranding van de vruchten.

 

Ziekten

  • Alle schurftinfecties zijn zichtbaar vanaf eind juni. Controleer jouw boomgaard goed. Als schurft aanwezig is, houd een strak wekelijks schema aan om de schurftaantasting zoveel mogelijk van de vruchten af te houden! In de percelen waar vorig jaar geen schurft was, loopt het ascosporenseizoen ten einde. Volg de waarschuwingen nog even op voor percelen met een schurftverleden.
  • De voorbije weken waren de omstandigheden zeer gunstig voor witziekte-infecties en de druk blijft hoog. Volg de waarschuwingen goed op en behandel steeds met voldoende water (min. 500 l/ha SB). Er kan nog steeds Nimrod (WT nulresidu 60d) en Nissodium (WT nulresidu 35d) ingezet worden. Hou Topaz (WTnulresidu 30d) voor de laatste behandelingen. Blijf behandelen voor witziekte tot 14 dagen na einde-scheutgroei.
  • De gevoeligheid van peren voor Stemphylium neemt af vanaf juli (diameter >30 mm). Vanaf nu kunnen de eerste symptomen van stemphyliuminfecties zichtbaar worden op blad en vrucht (Foto 2).
Foto 2 – Stemphyliuminfectie blad.
  • Voor het bewaarschema is het belangrijk dat je de voorwaarden van de afzetmarkten nakijkt en rekening houdt met de middelen die je de afgelopen maanden gebruikte.
  • Meerdere kersenvariëteiten beginnen nu te verkleuren van geel naar rood. Captan (14d VT), Luna Experience (7d VT), Switch/Serenva (7d VT), en Signum/Terminett (7d VT) hebben een brede werking (zowel Monilinia als Botrytis werking). Prolectus (1d VT) is eveneens erkend tegen Monilinia en grauwe schimmel. Indien Teldor (3d VT) of Captan gespoten wordt, dient dit met minder water te gebeuren omdat anders teveel zichtbaar residu aanwezig is. Voor een residuvrije teelt kan het biologische middel Serenade ASO ingezet worden. Let op: Tebusip is enkel in de bloei erkend en mag dus op dit moment niet gebruikt worden.

Houtig kleinfruit

Dit advies is het resultaat van overleg op 13 juni. Het seizoen van de junidragers bij aardbeien is voorbij en we komen in het volle kleinfruitseizoen in openlucht of regenkap.

Ziekten

  • Bij de aardbeien blijkt opnieuw dat Malling Centenary het moeilijk heeft, wanneer het ras het tweede jaar op rij in dezelfde grond geteeld wordt. Zelfs na bodemontsmetting. We raden die praktijk echt af voor dat gevoelig ras voor bodemziekten zoals zwartwortelrot. Dat omwille van het ziektecomplex
    dat minder goed gecontroleerd wordt door de huidige bodemontsmettingsmiddelen.
  • Afhankelijk van aanwezige overkapping en luchtvochtigheid in de volgende weken, bij rijpe vruchten of bloei Botrytis behandelingen aanhouden of onderbreken. Rovada voor lange bewaring, zeker voldoende tegen Botrytis behandelen als het vochtig blijft of wordt.
  • De druk door witziekte is hoog. Waar de groei afgesloten is, kan witziektebestrijding weggelaten worden. Zolang er jong blad is of bijkomt, blijven behandelen. De laatste jaren verlopen zomers grilliger met regelmatig onweer. Hou daarom Colletotrichum of anthracnose in de gaten. Hoge temperaturen gecombineerd met (zware) neerslag zijn de ideale omstandigheden voor infectie. Symptomen uiten zich door bruine tot zware ronde, licht ingezonken vlekken op de vruchten, die van een paar mm snel evolueren naar enkele centimeters. Fungiciden zoals Switch en Signum controleren
    die ziekte.
  • Behandel in de opkweek van bramen bij regenachtig en warm weer tegen valse meeldauw. Frambozen zijn niet vatbaar voor die ziekte.

 

Plagen

 

  • Er is veel druk van het Aziatisch fruitvliegje, Drosophila suzukii. Let vanaf nu op voor invlieg vanuit kersen, bossen… We vinden voor het eerst ook eieren in houtig kleinfruitteelten in serres. De hoge temperaturen die in het weekend van 25 juni voorspeld werden, kunnen de populaties wel sterk reduceren. Tracer werkt zowel op larven in de vruchten als op volwassen vliegen. Karate werkt alleen op de volwassen vliegjes en werkt dus niet op de larven in aangetaste vruchten. In blauwbessen, rode bessen en kruisbessen kan ook Exirel toegepast worden vanaf de eerste vruchten. Gezien de korte veiligheidstermijn voor de oogst van 3 dagen, hou je dat middel beter voor een periode dichter tegen (de piek van) de pluk.
  • Zolang dat er bloei is, volg je trips op (Foto 1). Framboos en aardbei zijn zeer gevoelig aan trips (schadedrempel 3 per bloem), bij braam kan je hogere aantallen aanvaarden. Aantasting van trips komt vaak in vlagen, gerelateerd aan het oogsten van granen. Let wel op, het gaat hier dan
    meestal niet om Californische trips.
Foto 1 – Tripsen (volwassenen en nymfen) in de aardbeibloemen.
  • In openluchtteelt van bessen is de migratie van dopluis te verwachten. Doe regelmatig controle op het verschijnen van de jonge larven van onder het afgestorven moederdier (bruin dop), want dat is het moment van behandelen.
  • Bonenspint kan bij temperaturen van 25°C sterk toenemen op diverse kleinfruitsoorten. Zie de aanbevelingen uit het vorige nummer.
  • Er zitten dit jaar veel oorwormen, zowel in aardbeien als in teelten van framboos en braam, die schade veroorzaken in opkweek. Schuilplaatsen ophangen en overdag verwijderen, kan hun populatie verminderen, want bij hoge aantallen kunnen ze naast aantasting op de jonge blaadjes ook rijpe frambozen beschadigen. De schade aan het jonge blad (gaten in het midden van het blad waar het eventueel opgevouwen was) kan verward worden met
    slakkenschade, maar bij de laatste zijn de gaten gewoonlijk groter en is er altijd een slijmspoor terug te vinden.

Deel dit bericht

 

Meest recente artikels