Teeltadviezen eind mei

Pit- en steenfruit

We komen in een andere fase van het seizoen nu de nabloeiperiode en voor peer de rui achter de rug is. Hier volgen de teeltadviezen van de vergadering van de werkgroep van 30 mei.

 

Fenologisch zitten we nog steeds een 10-tal dagen voor op het langjarig gemiddelde. De junirui in peer is grotendeels afgelopen. Bij Conference is de zetting vrij goed. Behalve bij jongere bomen en bij bomen die lichter blad hebben, is de rui sterker. Bij veel andere perenrassen is de rui sterk. Dat is te wijten aan het laag aantal pitten (die als sink optreden en voedingsstoffen aantrekken).

Plagen

 

  • Op de meeste plaatsen is de tweede Movento gezet tegen perenbladvlo. We zien een grote aanwezigheid van oorwormen en roofwantsen, maar er is zoals vaak een groot verschil tussen percelen. Hou er ook rekening mee dat de aantrekkelijkheid van scheuten vermindert nu de groei van de peer begint af te nemen (eieren worden dan wel weer meer verspreid in de boom gelegd). Indien nodig, schakel dan nu over naar fysische bestrijdingsmiddelen zoals Atilla, Stix of Siltac.

 

 

  • We merken sterke uitbreiding van bladluizen op peer, namelijk zwarte bonenluis, appeltakluis en citrusluis. Zolang er niet meer dan 30% bezette scheuten zijn, kan je ze best tolereren. Dat is echter niet het geval bij roze perenluis. Die moet je specifiek en snel bestrijden (Foto 1).
Foto 1. – Roze perenluis moet in tegenstelling tot de groene bladluizen of zwarte bonenluis direct bestreden worden.

 

  • Voor peerluis, Phylloxera, is de migratie nu bezig. Stix en Siltac zijn het meest aangewezen en toe te passen aan twee behandelingen met één week tussen. Bij zware aantasting best Gazelle gebruiken. Dat middel is daarentegen niet veilig voor roofwantsen. Zo riskeer je meer schade door perenbladvlo.

 

 

  • Waar weinig peren hangen, controleer je op de aanwezigheid van perenknopkever (zowel de gewone als de kleine perenknopkever). Er zijn geen middelen erkend tegen die plaag, maar fruitmotmiddelen zoals Exirel of Minecto One hebben daar een nevenwerking tegen.

 

 

  • Zoals eerder bij perenzaagwesp is er dit jaar ook meer schade door appelzaagwesp. Dat zie je door boorproppen op jonge vruchten (wordt verward met fruitmot) of door de zaagwespslinger op vruchten. De laatste vruchten blijven hangen tot de pluk (Foto 2).
Foto 2. – Aantasting van appelzaagwesp is nu nog vaak te merken door de aanwezigheid van zaagwespslingers. De aangestoken vruchten (met een prop zoals fruitmot, maar donkerder) zijn in de meeste gevallen afgevallen.

 

  • Voor wollige bloedluis is de parasitering door sluipwespen volop aan de gang. Controleer op de zwarte mummies en blijf voor de volgende vluchten van de sluipwesp zo veel mogelijk selectief voor die nuttige werken. Ook oorwormen zijn belangrijk in de bestrijding van bloedluis. Vind je geen van beide, dan is een correctie met Pirimor noodzakelijk.

 

 

  • Vanaf nu verschuift de aandacht in pitfruit naar spintmijten, roestmijten en fruitmot. Controleer regelmatig de bladeren voor de mijten en de vallen/vruchtschade voor fruitmot. Komen op pas geplante bomen veel bladluizen en roestmijten voor, kies dan voor Movento. Zijn het alleen bladluizen, dan kan je Pirimor of Teppeki gebruiken.

 

 

  • In de vroege kersen in de bioteelt is reeds suzukii gevonden. Controleer regelmatig jouw vruchten. Behandel tijdig tegen Drosophila en kersenvlieg. Bouw je schema op in functie van het voorziene pluktijdstip (voor Kordia geschat op de laatste week van juni).

 

Ziekten

 

  • Alle schurftinfecties tot half mei zijn reeds zichtbaar. In de periode van 19 tot 25 mei waren er in de meeste regio’s nog twee zware schurftinfecties. Die worden goed zichtbaar vanaf de tweede helft van juni. Controleer jouw boomgaard goed en indien schurft aanwezig is, houd een strak wekelijks schema aan om de schurftaantasting zoveel mogelijk van de vruchten af te houden! We naderen stilaan het einde van de ascosporenuitstoten. Indien er nog geen infecties zichtbaar zijn, volg zeker de waarschuwingen nog enkele weken goed op en behandel preventief met een contactfungicide bij een volgend infectierisico.

 

 

  • De voorbije weken waren de omstandigheden zeer gunstig voor kans op witziekte-infecties. Volg de waarschuwingen goed op en behandel steeds met voldoende water (min. 500 l/ha SB). Je kan nog steeds Nimrod en Nissodium inzetten. Hou Topaz voor de laatste behandelingen. Blijf behandelen voor witziekte tot 14 dagen na einde-scheutgroei.

 

 

  • Blijf regelmatig controleren op vliegende kanker. Als bijkomende infecties verschijnen, plan je een nieuwe ronde in om die uit de plantage te verwijderen.

 

 

  • Ook in juni zijn de peren nog steeds vatbaar voor Stemphylium. Volg de waarschuwingen goed op. Tot nu toe hebben we geen meldingen van aantasting op bladeren of vruchten.

 

 

  • Meerdere kersenvariëteiten beginnen nu te verkleuren van geel naar rood. Captan (14d VT), Lu-na Experience (7d VT), Switch/Serenva (7d VT), en Signum/Terminett (7d VT) hebben een brede werking (zowel Monilinia als Botrytis werking). Prolectus (1d VT) is eveneens erkend tegen Monilinia en grauwe schimmel. Indien Teldor (3d VT) of Captan gespoten wordt, dient dat met minder water te gebeuren. Anders is er teveel zichtbaar residu aanwezig. Voor een residuvrije teelt kan je biologische middel Serenade ASO inzetten.

 

  • Let op: Tebusip is enkel in de bloei erkend en mag op dit moment niet gebruikt worden.

 

Bladvoeding

 

  • De dunningsmiddelen 6-BA en Brevis werkten in het algemeen goed, zowel bij peer als appel. We verwachten dat er niet veel manueel handwerk moet gebeuren.

 

 

  • Kersen zijn ondanks de vorst goed gezet, maar Regina ruit algemeen vrij sterk.

 

 

  • We zien op veel percelen ijzer-, mangaan- en boorgebrek. Daar is correctie met een bladvoeding mogelijk en nodig. Ijzergebrek kan mangaangebrek maskeren, laat daarom een bladanalyse doen. Diegenen die fertigeren, kunnen het ijzerchelaat best laten meedruppelen. Bodembehandelingen met ijzerchelaat zijn op de huidige droge bodem niet efficiënt.

 

 

  • Bij appel moet je nu starten met calciumbehandelingen. Die kan je combineren met mangaanbehandelingen. We merken dat sommige telers met de huidige regens meststoffen willen strooien, maar we raden aan om te wachten met bodemtoedieningen van kalknitraat tot de groei van de scheuten afgesloten is.

 

 

  • De watergift op peer in productie kan, nu de celdelingsfase voorbij is, verminderd worden zodat de groei sneller afsluit. Als je watermarksensoren gebruikt, hanteer dan -50 à -60 kPa als trigger om water te geven.

 

Vergunningen

 

  • De kraaien zijn erg actief. Voor vogelafweerkanonnen zijn vergunningen nodig. Informeer je bij jouw gemeente. Vooral over het uur dat je de kanonnen mag opstarten, om klachten te vermijden. Dat verschilt van gemeente tot gemeente.

 

Bacterievuur

  • Wees alert voor bacterievuur in je aanplant en in de omgeving. Infecties buiten het perceel kunnen in Limburg en Vlaams-Brabant gemeld worden aan het meldpunt van de provincie. In Limburg worden deze infecties dan ook opgeruimd door de organisatie Lisro, op kosten van de provincie. Bij infecties in je perceel, is het belangrijk deze te verwijderen tot minstens 50 cm in het gezonde hout. Geïnfecteerde takken mogen opgestookt worden mits voorafgaandelijke melding bij de gemeente en brandweer. In sommige gemeenten is hier een bewijs van infectie voor nodig, welke voorafgaandelijk door pcfruit kan afgeleverd worden.

Houtig kleinfruit

Dit advies is het resultaat van overleg van de werkgroep kwaliteit van 30 mei. De pluk van aardbeien in vollegrond, van rode bes en zomerframboos onder regenkap is begonnen. Daarmee gaan we de zomer in, waarbij ons kleinfruit in de ‘top of mind’ van elke consument zou moeten zitten. De veilingen en VLAM leveren daarvoor momenteel grote inspanningen met regelmatige tv-spots. Aan ons om een kwalitatief en gezond product aan te bieden.

Plagen

 

  • Er is nu druk van het Aziatisch fruitvliegje, Drosophila suzukii. Voorlopig zijn de generaties nog enigszins van elkaar te onderscheiden. De volgende generatie verwachten we rond 10 juni. Als er dan rijpe vruchten zijn, volg nauwgezet de eerste schade op. Als de eerste lekkende vruchten er zijn, kan Tracer nog steeds de plaag afdoden. Daarentegen bereik je dan grote larven niet meer. Zolang dat de temperatuur onder de 30°C ligt, de relatieve vochtigheid hoger is dan 50% en er rijpe vruchten zijn, is het steeds opletten met die invasieve plaag. Gewoonlijk volgen de zware infecties pas eind juni tot half juli, naar het einde van het kersenseizoen. Laat je niet verrassen, want ze zijn met veel.

 

 

  • Zolang er bloei is, volg je trips op. Framboos en aardbei zijn zeer gevoelig aan trips (schadedrempel 3 per bloem), bij braam kan je hogere aantallen aanvaarden.

 

 

  • In tunnel en regenkap is migratie van dopluis plaatselijk bezig. Voor openluchtteelt is de migratie pas eind juni te verwachten. Volg de waarschuwingen op.

 

 

  • Bonenspint kan bij temperaturen van 25°C sterk toenemen op diverse kleinfruitsoorten. Wanneer je geen roofmijten hebt uitgezet en volledig van acariciden afhankelijk bent, zet dan in op herhaalde behandelingen met een interval in functie van de temperatuur: 8 dagen bij temperaturen rond 25°C 27°C, 10 dagen bij 20-25°C, 14 dagen bij temperaturen onder 18°C.

 

Ziekten

  • Afhankelijk van aanwezige overkapping en luchtvochtigheid in de volgende weken bij rijpe vruchten of bloei, Botrytis-behandelingen aanhouden of onderbreken. Rode bes voor directe consumptie is minder gevoelig.

 

 

  • De druk bij Witziekte is hoog. Waar de groei afgesloten is, kan je witziektebestrijding weglaten. Zolang er jong blad is of bijkomt, blijf je behandelen.

 

  • Bij aardbeien moet je ook opletten voor Colletotrichum (Foto 1) of anthracnose. Hoge temperaturen gecombineerd met (zware) neerslag, bijvoorbeeld bij onweders, zijn de ideale omstandigheden voor infectie. Symptomen uiten zich door bruine tot zware ronde, licht ingezonken vlekken op de vruchten, die snel evolueren van een paar millimeters naar enkele centimeters. Fungiciden zoals Switch en Signum controleren die ziekte.
Foto 1. – Colletotrichum aardbei.

 

Stikstofakkoord

Bezwaarschriften onder het openbaar onderzoek rond het stikstofakkoord van de Vlaamse regering moeten ingediend worden voor 17 juni. Er is nulbemesting in percelen SBZ (Habitatgebieden) of VEN-gebied (Vlaams Ecologisch Netwerk) met groene bestemming vooropgesteld. Dat is mogelijk van toepassing op jouw bedrijf. Op Geopunt vind je welke percelen eronder vallen (www.geopunt.be). Je kan ook steeds je adviseur of de fruitteeltconsulent van Boerenbond, Annelies Coussé, contacteren.

Deel dit bericht

 

Meest recente artikels